Tekstschrijven en groepsuitjes in Hellevoetsluis
Bel ons: 06 417 88 737

Hellevoeter 13: Bekende Hellevoeter: Frans Riedijk

Blijven bouwen en uitbouwen!

Als het ’s morgens vroeg of ‘s avonds laat heel stil en rustig is, loopt Frans Riedijk samen met zijn rode kater nog een controle-rondje over zijn camping het Weergors. Hij kan dan intens genieten van de nachtelijke rust en stilte. Elke dag nog voelt hij een grote dankbaarheid voor de grond waar zijn wortels liggen… In het jaar dat het familiebedrijf 100 jaar op dezelfde plek gevestigd is, gaat hij samen met ons even terug in de tijd.

Uit de put
“Ik mag terugkijken op een onbezorgde jeugd. De bebouwing van nu was er allemaal nog niet. Hiervandaan keek je naar Rijksstraatweg en de Moriaanseweg. Als 6-jarig jongetje, ging ik gewoon zelf op de fiets naar de lagere school aan de Smitsweg. Met een engeltje op mijn schouder en op een ongezien slootje hier en daarna, ging dat uitstekend. Toen de werkhaven gegraven werd voor de aanleg van de Haringvlietdam, lag er een enorm speelterrein voor onze deur. Ik herinner mij nog dat ik op het bouwterrein eens in een put gestapt ben en met mijn 6de jaar bijna ben verdronken als mijn moeder mij niet aan mijn haren uit de put gesleept had. Die tijd heeft in veel opzichten een grote invloed gehad op mijn en ons bestaan.”

We gaan een camping beginnen.
“Ik was 14 en mijn zus 11 en ik weet nog dat ons min of meer werd medegedeeld dat gestart zou worden met een camping. Het is dan 1964 en een tijd waarin Hellevoetsluis, een paar jaar na de samenvoeging, aan het veranderen is. De Deltawerken zijn in volle gang, plannen die een mooie toekomst voor Hellevoetsluis voorspellen, worden aan de lopende band geproduceerd. Ook de recreatie krijgt een prominente plaats in die plannen. Het toenmalige gemengde landbouwbedrijf van mijn ouders, op de plaats waar nu Camping ’t Weergors ligt, moest op de schop. “We gaan een camping beginnen” was de conclusie van mijn ouders. Achteraf kan gesteld worden dat nu (53 jaar later) die visie goed heeft uitgepakt.”

Alles is familie
Na de ULO, de lagere landbouwschool en de Handelsavondschool ging Frans Cornelis Riedijk (68) in dienst, waar hij als chauffeur van jeeps en drietonners en als radiotelegrafist een jaar lang dienstdoet in Duitsland. Frans is 21 jaar als hij na 16 maanden de dienst uitkomt. Als vanzelfsprekend helpt hij zijn vader mee op het bedrijf. Toen zijn vader in 1974 overleed was er niet veel andere keus dan de zaak met zijn moeder draaiende te houden. Vijf jaar later trouwt Frans met Dickie, die (ook nu nog steeds) net zo hard mee werkt op de camping en kan zijn moeder een aantal jaren later met verdiend pensioen. Het gezin Riedijk blijft gezamenlijk bouwen aan de toekomst van het familiebedrijf, want ook beide kinderen, Rob en Arda, zijn sinds vorig jaar dagelijks op de camping aan het werk. De 3 kleinkinderen van Frans en Dickie, de vijfde generatie Riedijk, worden spelenderwijs betrokken en spelen ondertussen op het voormalige boerenerf.

Spoedcursus
Het sociale leven van de campingeigenaar en zijn gezin is intensief, omdat privé en zakelijk leven door elkaar heen lopen. “Een Tom Tom, Facebook of watts app, ik heb er helemaal niets mee,” vertelt Frans. “Het hoogste bereikbare in de wereld is tegenwoordig het niet bereikbaar zijn,” vindt hij. Zijn rustmoment op de dag is koken. Dat ontdekte Frans toen zijn vrouw Dickie haar enkel brak en hij een spoedcursus koken van haar kreeg. “Ik probeer de traditie in ere te houden door om 10 en 3 uur koffie met elkaar te drinken en we proberen na het koken ook met elkaar te eten. Maar dat schiet er nogal eens bij in.”

De wereld komt naar mij toe, dus waarom zou ik weggaan?

Het hebben van een camping vindt Frans erg leuk en veelzijdig. Elke maatschappelijke ontwikkeling krijgen zij op de camping mee. “We hebben veel verschillende mensen over de vloer en dat houdt het bijzonder boeiend. Ons hele leven staat in dienst van het bedrijf en, misschien saai, maar tijd voor hobby’s heb ik eigenlijk niet. Ik bezit bij voorbeeld een klassieke Jaguar, waar ik heel zuinig op ben, maar ik rijd er bijna nooit in. Skiën vind ik wel heel leuk, ook al is dat alweer zes jaar geleden. Ik ging nog nooit in de zomer op vakantie, maar heb daar eerlijk gezegd ook geen enkele behoefte aan. De wereld komt naar mij toe, dus waarom zou ik weggaan?”

We zijn rijk, maar moeten er wel iedere dag voor werken!

Tegen de trend in zetten wij steeds meer in op toeristisch kamperen (kort verblijf). Wij kiezen er nog voor om aandacht en tijd in onze gasten te steken en vinden het mooi om te zien gebeuren dat de stress na aankomst van hen afglijdt. We staan dicht bij de mensen en zijn sociaal betrokken en blijkbaar spreekt onze stijl de gasten aan. Natuurlijk moet er ook geld verdiend worden, maar het is ondergeschikt aan het plezier. Wij hebben gelukkig nooit hoeven vechten voor een bestaan en voelen ons rijk met het besef dat ook de gezondheid nog steeds goed is. Gelukkig ken ik de dokter amper, de leeftijd en gezondheid die ik nu heb, ik teken ervoor! Ik zeg weleens dat 130 jaar mijn streefgetal is, dus ik hoop nog heel lang op deze mooie plek te mogen zitten.”

Dankbaar
In gedachten heb ik nog steeds de beleving van de boer van vroeger en mijn relatie tot de grond is sterker dan onze kinderen dat hebben meegekregen. Inmiddels staat, zoals gezegd, ook de vierde generatie sinds 1917 klaar om op deze plaats het bedrijf voort te zetten. Zolang ik plannen heb en nog steeds gedreven ben (de plannen om uit te breiden van 16 naar 21 ha liggen al klaar), bouw ik samen met mijn gezin voort op wat ooit gestart is door mijn vader. Hij is eerst waarnemend burgemeester van Nieuw-Helvoet geweest en werd later wethouder en locoburgemeester in Hellevoetsluis. Hij wilde nooit dat er iets naar hem vernoemd werd, maar eigenlijk vind ik dat het nu weleens tijd wordt om daar toch maar eens over na te denken…”